Geen studentenparticipatie zonder docentenparticipatie

De HJGGV-cyclus helpt je als onderwijsteam de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren met behulp van de feedback van de studenten. De feedback haal je op m.b.v. de HJGGV-vragen. Des te beter dat gaat des te meer feedback.
Via het Dashboard van het online platform is op verschillende manieren te volgen of het oogsten van de feedback goed lukt.

De blauwe lijngrafiek
De HJGGV-vragen worden altijd aan het eind van de dag, aan het begin van de laatste les gesteld. Voor elke laatste les is een afname-code aangemaakt die studenten nodig hebben om de vragen via de App te beantwoorden. Die afname-code is uniek. Daardoor is het mogelijk om bij te houden in hoeveel procent van de laatste lessen de HJGGV-vragen ook werkelijk gesteld zijn. Dat gebeurt in de blauwe lijngrafiek op het Dashboard. 

Hieronder de blauwe lijngrafieken van drie verschillende opleidingen

In het ideale geval geeft de lijngrafiek steeds aan dat in 100% van de laatste lessen de HJGGV-vragen aan de studenten zijn voorgelegd. Dat dat niet steeds lukt, is niet zo raar. Soms is de laatste les door een roosterwijziging ineens de laatste les niet meer, soms wordt het afnemen domweg vergeten. Toch is het van belang om het percentage zo hoog mogelijk te houden. Al was het maar om elkaar te laten zien dat je dat samen voor elkaar krijgt.
Een manier om dat te doen is door samen een percentage af te spreken en dat vast te leggen als teamambitie. Eventueel stel je het percentage bij als het onhaalbaar of juist te laag blijkt te zijn. Door zo'n ambitie af te spreken, komt het percentage vanzelf op de teamagenda. 

Met het continu verbeteren van de onderwijskwaliteit lijkt de blauwe lijngrafiek niets te maken te hebben. Maar dat heeft het wel. Je kunt er namelijk goed mee zien of iedereen mee doet met het ophalen van de respons. En beide is een voorwaarde voor het succesvol draaien van de cyclus.

Geen studentenparticipatie zonder docentenparticipatie.

Themamiddag CvI over studentenparticipatie

In het innovatiehuis van het Consortium voor Innovatie (kortweg het CvI) is er op vrijdagmiddag 22 juni een themamiddag rondom studentenparticipatie. Het doel is praktijken uit te wisselen en van elkaars ervaringen te leren. 
Karin Winters vertelt bijvoorbeeld hoe studentenparticipatie door Stichting leerKRACHT wordt vormgegeven;
Merel Van Rees - projectleider studentenparticipatie bij ROC Midden Nederland en bovendien voormalig vicevoorzitter van het bestuur van JOB - deelt haar ervaringen als student en als projectleider; 
Ikzelf laat zien hoe de #HJGGV-cyclus daaraan bijdraagt. Het programma is bijna rond. Klik op de link voor meer info op de website van het CvI.
Het programma is bijna rond. Klik op de link voor meer info op de website van het CvI. https://lnkd.in/eZNz4Pw

Het versterken van kwaliteitscultuur

Afgelopen woensdag ben ik tijdens de CvI conferentie naar de workshop Passende interventies voor het versterken van kwaliteitscultuur geweest. De workshopleiders waren Ingrid van der Pluym (ROC Nijmegen), Marjet Brouwer (mboRijnland), beide lid van de werkgroep Expertise van het Kwaliteitsnetwerk MBO,  en Alie Kamphuis (Eqavet/Cinop).

De werkgroep heeft samen met Eqavet een lijst van tien inzichten opgesteld waar iedereen die aan het werk is om kwaliteitscultuur in het onderwijs te versterken, van moet weten. 

Ik had al eerder kennisgemaakt met de lijst en de publicatie waar de lijst uit voortkomt. Afgelopen oktober werden ze uitgereikt tijdens de jaarlijkse conferentie van het Kwaliteitsnetwerk aan de deelnemers van een workshop die toen door dezelfde werkgroep gegeven werd. 

Drie inzichten stonden tijdens de workshop centraal:

  • Onderwijsteams werken vanuit een duidelijke, gedragen en doorleefde onderwijsvisie.
  • Onderwijsteams zijn extern georiënteerd en vragen pro-actief om feedback.
  • Onderwijsteams zijn verbeteringsgericht vanuit het collectief en individueel lerend vermogen.

Elke groep kreeg vervolgens de opdracht voor één inzicht na te gaan wat er in de eigen instelling al goed gaat en wat er beter kan. Aan het eind van de workshop werd dat gedeeld met de andere groepen. En vervolgens vertelden de workshopleiders hoe zij zelf in de eigen instelling vervolg hebben gegeven aan de inzichten. 

Ik zat in een groepje dat zich boog over het derde punt. Ik had mezelf voorgenomen om vooral te luisteren en weinig te zeggen. En vooral niet steeds alles te koppelen aan mijn ervaringen met de HebJeGenoegGeleerdVandaag-cyclus. Dat viel me niet mee. 

Wat goed gaat, is dat er steeds meer methodieken zijn om het collectief vermogen om te leren aan te jagen. Die van Stichting leerKRACHT werd genoemd en mijn voornemen indachtig, heb ik vermeden HJGGV te pluggen…

Een probleem dat nogal eens genoemd werd als iets wat beter kon was het vermogen van teams om echt teams te zijn. Collectief leren heeft een collectief leerbelang nodig. Veel teams in het onderwijs zijn zogenaamde pseudo-teams. Zonder teamcultuur geen kwaliteitscultuur.

Achter deze linkzijn de tien inzichten te vinden en het onderliggende document. Allemaal meer dan de moeite van het bekijken waard.

Drie aandachtspunten vanuit het ECBO

Patricia Brouwer, onderzoeker bij het ECBO, hield afgelopen donderdag een MBO Talk tijdens de CvI conferentie die als titel had  Het potentieel van opleidingsteams in het mbo wordt onderbenut.

Tijdens de talk gaat het met name over wat de belangrijkste aandachtspunten zijn voor het ondersteunen van teams die je daadwerkelijk in hun kracht wilt zetten om zelf verantwoordelijk te kunnen zijn voor het verbeteren van de kwalitiet van het onderwijs. Dat de sector dat als ambitie heeft, is terug te vinden in het professioneel statuut dat al bijna 10 jaar geleden door de sociale partners werd opgesteld. 

Zonder ondersteuning vanuit de instelling zal het een opleidingsteam niet zomaar lukken om echt aan zet te komen. 

Patricia Brouwer noemt drie aandachtspunten die belangrijk zijn bij het ondersteunen van opleidingsteams. Alleen als er voldoende aandacht is voor alle drie de aandachtspunten zal het potentieel van opleidingsteams ten volle kunnen worden benut. En kennelijk, als je naar de titel van de Talk kijkt, is dat wel eens niet het geval.

De drie aandachtspunten zijn:

  • Onderlinge samenwerking
  • Onderzoekende houding
  • Onderwijskundig leiderschap

De talk gaat verder over hoe nodig het is dat die aandacht ook echt naar die drie aandachtpunten gaat. In dit artikelwordt dat veel beter uitgewerkt dan ik hier kan. 

Kon ik maar half zo goed alles op een rijtje zetten, denk ik onwillekeurig bij aanhoren van de Talk. Hoewel, dat is precies de reden om er naar te luisteren natuurlijk.

Ik denk trouwens dat alle drie de punten volop aan de orde komen bij het werken met de HJGGV-cyclus. Het ondersteunende online portal biedt het team, de teamleider en het management de mogelijkheden om, voor elk van de drie punten, na te gaan of er aandacht en ondersteuning nodig is. En de mogelijkheid om te zien of eventuele interventies hebben geholpen.

Winnaars van morgen

Een helder verhaal over allerlei aspecten van studentparticipatie in het algemeen en op ROC Midden Nederland in het bijzonder. Ik denk dat als Marjolein de Jong, van Young Inspiration, indertijd geweten had van HJGGV als werkwijze om studenten structureel en continu te betrekken bij het verbeteren van de onderwijskwaliteit, ze de cyclus zeker had opgenomen bij de aanbevelingen. Erg lezenswaardig en ook nog eens erg goed geschreven!

Tien inzichten en zes verkenningen

Afgelopen week was ik bij de jaarlijkse conferentie van Kwaliteitsnetwerk MBO. Erg goed georganiseerd en veel interessante workshops. Bij de workshop van de werkgroep Expertise van het Kwaliteitsnetwerk werd hun kersverse rapport Kwaliteitscultuur versterken in onderwijsteams in het mbo: hoe doe je dat? uitgereikt. 

Wat een goed stuk! Uit zes verkenningen zijn tien inzichten gedestilleerd die er toe doen. In het plaatje hieronder staan de inzichten opgesomd en wordt de link gelegd met de zes verkenningen die tot de inzichten hebben geleid. 

De tien inzichten zijn op twee A-4tjes nader toegelicht. De toelichting vind je achter deze link. Voor de duidelijkheid, het is geen toelichting van mij maar van de werkgroep zelf. Het hele rapport staat op de website van Equavet en vind je hier.

Het tweede inzicht dat genoemd wordt, is Onderwijsteams werken vanuit een duidelijke, gedragen en doorleefde onderwijsvisie van de school.  Niet alle onderwijsteams zijn al zover. HJGGV ondersteunt het ontwikkelen van de teamvisie op onderwijs door elke ronde van de cyclus het constructieve conflict op te roepen door de feedback van de studenten bespreekbaar te maken. De teamacties die na elke Startweek worden geformuleerd (en gepubliceerd) illustreren de ontwikkelingsfase waarin het team zich bevindt. De acties spiegelen de opvattingen van het team ten aanzien van de gewenste onderwijspraktijk.

In mijn ogen is HJGGV de perfecte uitwerking van de tien inzichten uit de zes verkenningen. Op de vraag hoe doe je dat? is mijn antwoord Met de HJGGV-cyclus natuurlijk!

'Leren ze genoeg?'

Het plaatje hierboven komt uit het nieuwe onderzoekskader van de Onderwijsinspectie. Je ziet dat de Inspectie het onderwijs onder meer waardeert vanuit het antwoord op de 'elementaire' vraag: Leren ze genoeg?. De andere twee elementaire vragen zijn: Krijgen ze goed les? en Zijn ze veilig?

Bij HJGGV worden die drie vragen, als je naar de antwoorden van de studenten kijkt, prima samengevat door de vraag: Heb je genoeg geleerd vandaag?

Het perspectief van de inspectie bij het beantwoorden van die drie vragen is natuurlijk een heel andere dan dat van de studenten bij het beantwoorden van die ene vraag. Het idee van HJGGV is dat als onderwijsteams serieus met de antwoorden van de studenten aan de slag gaan, dat een positieve invloed heeft op de antwoorden van de vragen van de Inspectie. En daar waar de Inspectie van het Onderwijs de HJGGV-cyclus binnen ROC Leiden is tegengekomen, bleek dat ook werkelijk het geval te zijn. De Inspectie was erg over de methodiek te spreken.

Op zoek naar het constructieve conflict

Een prachtig artikel waarvan ik meende dat ik het al op de website geplaatst had. De reactie die ik indertijd onder het artikel plaatste, zet ik er nu ook onder. Online is het artikel ook bij Scienceguide te vinden achter deze link.

28 maart 2017 - Sinds 2009 is het teamgericht werken in het mbo vastgelegd in het professioneel statuut. Maar hoe krijg je die teams zo ver de moeilijke opgaven in het mbo te realiseren? Marcel van der Klink (Zuyd Hogeschool) en Loek Nieuwenhuis (HAN) pleiten voor constructief conflict en bieden handvatten om daartoe te komen. 

Het mbo staat in het brandpunt van de belangstelling. Ondanks zijn omvang (bijna 500.000 studenten volgen middelbaar beroepsonderwijs op uiteenlopende niveaus) wordt deze onderwijssector lang niet altijd goed gekend. Het netwerk van lectoren en hoogleraren beroepsonderwijs schrijft daarom een serie bijdragen aan ScienceGuide.

In deze tweede bijdrage bespreken Marcel van der Klink en Loek Nieuwenhuis de betekenis van onderwijsteams. Juist creatieve conflicten geven aanleiding tot innovatie van onderwijs.

Teamgericht werken in opkomst 

Ambtenaren in Den Haag, de mbo-sector, individuele roc’s, allemaal hebben ze ambities om het beroepsonderwijs vooruit te helpen. Wat er van al die plannen uiteindelijk terecht komt, is sterk afhankelijk van de kwaliteiten van de onderwijsprofessionals op de werkvloer. Om alle ambities te realiseren is het team in het mbo het centrale organisatieprincipe. Sinds 2009 is het  teamgericht werken vastgelegd in het professioneel statuut van het mbo.

Teams staan feitelijk voor een ambitieuze drievoudige opgave: ontwerpen en uitvoeren van de opleidingen, continue verbeteren en innoveren van opleidingen (bijvoorbeeld invoering gepersonaliseerd leren), én de eigen professionalisering van de teamleden. Het succesvol realiseren van deze drievoudige opgave vergt nogal wat van de betrokkenen. Deze bijdrage kijken we naar de factoren die medebepalend zijn voor het succes van teams. De belangrijkste factoren hebben we in onderstaand figuur afgebeeld.

SchemaMBO

1. Teamfactoren: een groep wordt niet automatisch een team 

Een team ontstaat niet vanzelf door een groep voortaan een team te noemen (Brouwer, 2011). Het invoeren van teams betreft bovenal een cultuurverandering. Het vinden van een balans tussen de individuele autonomie en de teamautonomie is een delicaat proces, van zoeken en aftasten. Het vergt de aandacht van alle teamleden en van de teamleider in het bijzonder, bijvoorbeeld door dit onderwerp regelmatig in het teamoverleg te bespreken.

Dat is beslist niet gemakkelijk, maar wel noodzakelijk. Het uitvoeren van taken die een zekere mate van routine vergen, zoals het uitvoeren van de opleiding,  vragen om een aanpak waarin werkwijze en visie worden gedeeld. Als het team ook tot doel heeft om te werken aan onderwijsinnovaties, dan is diversiteit in expertise en visies voorwaardelijk.

Dus een team dat goed is in het verzorgen van een opleiding is daarmee nog niet automatisch ook  goed in het vinden van creatieve innovaties. Wil een groep een team worden dan is verder van belang aandacht te schenken aan de teamgrootte (acht tot twaalf personen is optimaal) en het werkklimaat (veilig voelen en zich durven uitspreken). Ook van belang zijn gemeenschappelijkheid in doelen, samenwerking en een gedeeld positief zelfvertrouwen dat het team de uitdagingen aan kan.

2. Teamleren: van delen naar constructief conflict 

Het succes van het team is afhankelijk van het vermogen om als collectief te leren. Daarin zijn verschillende niveaus te onderscheiden. Teams zijn doorgaans goed in het delen van kennis waarbij ieder teamlid zijn informatie inbrengt. Lastiger wordt het al om op basis van die gedeelde kennis te komen tot het verder ontwikkelen van een idee, dat leidt tot nieuwe inzichten. Maar helemaal lastig is om met elkaar het constructief conflict aan te gaan (Vanden Bossche, 2006)

Bij dit laatste is de diversiteit binnen het team uitgangspunt en vindt er een dialoog plaats om verschillende ideeën tegen elkaar af te wegen. Juist deze aanpak kan leiden tot lastige situaties maar ook tot nieuwe creatieve oplossingen.  Constructieve conflicten worden vaak verward met ruzies in het team. Maar daar gaat het hier niet over. In een stevige dialoog worden verschillen in ideeën expliciet gemaakt, in plaats van ze onbenoemd onder het vloerkleed te schuiven. Veiligheid ervaren en vertrouwen in elkaar zijn essentieel voor teamleden om dit te kunnen. Veel teams zijn echter niet in staat de dialoog met elkaar op te zoeken en blijven steken in het delen van kennis. Dat is jammer omdat zo minder creatieve innovaties tot stand komen.

3. Teamleiderschap: management én onderwijskundig leiderschap

Of een groep daadwerkelijk een team wordt en hoe er geleerd wordt als team, is in sterke mate afhankelijk van het teamleiderschap (Truijen, 2012). De onderwijskundig leider structureert de agenda en verstrekt faciliteiten om het werk te kunnen doen. Daarnaast zorgt deze voor visie, inspiratie, binding, en een veilig doch stimulerend leerklimaat. Daarvoor zijn managementkwaliteiten en onderwijskundige expertise voorwaardelijk. Niet iedere manager zal onderwijskundig leider kunnen zijn.

Gespreid leiderschap waarbij in het team per taak of project wordt vastgesteld wie welke  trekkersrol kan vervullen, is een aanlokkelijk alternatief. Dit biedt teamleden mogelijkheden om zelf tijdelijk de rol van leider te vervullen en zich daar verder in te bekwamen en te professionaliseren (Kessels, 2012).

4. Teamgericht werken vergt verandering van het HRM-beleid

Ook is herijking van het HRM-beleid gewenst. Zo zijn in teams de prestaties van individuele teamleden  meer dan voorheen verweven met de prestaties van het team in totaliteit. Beoordelingen op teamniveau zijn nodig om teamleden te motiveren aan de teamdoelen te blijven werken. Deze vorm van beoordelingen komen tot nu toe echter nauwelijks voor in het mbo.

Een ander aspect betreft de bevoegdheden van onderwijsgevenden. Hoe binnen teams taken aan teamleden worden toegewezen, wordt beïnvloed door de landelijke afspraken in het mbo over de verschillen in bevoegdheden tussen docent en instructeur. Instructeurs mogen niet doceren, maar beschikken doorgaans wel over de meest recente praktijkkennis. Dat is suboptimaal. De verschillen in bevoegdheden bevorderen zo  breuklijnen tussen docenten en instructeurs die contraproductief zijn voor het functioneren van het team als geheel.

Tot slot vergt het teamgerichte werken een extra inspanning op het terrein van de professionele ontwikkeling. Het HRM-beleid moet de teamprofessionalisering ondersteunen, zonder de professionalisering en loopbaanwensen van individuele medewerkers uit het oog te verliezen.
Extra aandacht voor professionalisering maakt van teamleiders meer dan teammanagers alleen, dat  bevordert juist hun onderwijskundig leiderschap.

Teamgericht werken vergt een integrale aanpak 

Deze vier genoemde factoren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en zijn samen verantwoordelijk voor het succes van teams. De verdeling van teamtaken en het onderwijskundig leiderschap hangt samen met de vraag of teams wel of niet leren. Dat maakt duidelijk dat er binnen roc’s verschillende aangrijpingspunten bestaan om het teamgerichte werken te bevorderen. Wij pleiten voor een integrale aanpak. Die aanpak betreft niet alleen individuele roc’s en daarbinnen de teams, ook de mbo-sector en de overheid moeten hun bijdrage leveren, bijvoorbeeld op het terrein van nieuwe afspraken en instrumenten voor het beoordelings- en professionaliseringsbeleid.

Het onderzoek naar het teamgericht werken en leren in het mbo staat in de kinderschoenen. Een actuele, volledige en diepgaande analyse ontbreekt. Als we willen dat teamgericht werken in het mbo het voertuig bij uitstek wordt om innovatief onderwijs te realiseren, dan moeten we de kennis ontwikkelen om daarover constructieve conflicten aan te gaan. We pleiten daarom voor nieuw onderzoek dat er toe bijdraagt dat niet alleen de teams zelf, maar ook de afzonderlijke instellingen, de mbo-sector en de landelijke overheid meer handelingsvermogen ontwikkelen. 

Marcel van der Klink is  lector Professionalisering van het Onderwijs bij Zuyd Hogeschool en
Loek Nieuwenhuis is lector Beroepspedagogiek bij de HAN

Referenties

Brouwer, P. (2011). Collaboration in teacher teams. Academisch Proefschrift. Utrecht: Universiteit Utrecht.

Kessels, J.W.M. (2012). Leiderschapspraktijken in een professionele ruimte. Oratie. Heerlen: Open Universiteit.

Truijen, K.J.P. (2012). Teaming teachers; exploring factors that influence effective team functioning in a vocational education context. Academisch Proefschrift. Enschede: Universiteit Twente.

Van den Bossche, P. (2006). Minds in teams. The influence of social and cognitive factors on team learning. Academisch Proefschrift. Maastricht: Universiteit Maastricht.